Hein Fleuren van Zero Hunger Lab: ‘Ik droom van vijf labs aan TiU om wereldproblematiek mee te bestrijden’

Het Tilburgse Zero Hunger Lab valt om de haverklap in de prijzen: van een Humanitarian Innovation Award tot een prijs voor de beste toegepaste wiskunde. Onder het motto bytes for bites strijdt de denktank tegen wereldwijde honger. Waar komt dit succes vandaan, en wat doet zo’n lab eigenlijk de hele dag? Een gesprek met medeoprichter en hoogleraar Hein Fleuren.

“Ik ben fan van de SDG’s, had je het al gemerkt?” zegt Hein Fleuren halverwege het interview, met een enthousiasme dat door de videoverbinding heen knettert. “De zeventien toekomstdoelen van de Verenigde Naties zijn zulke belangrijke richtlijnen. Niet alleen voor het werk van wetenschappers zoals ik, maar ook voor de koers van het bedrijfsleven en overheden. Ze reiken dé thema’s aan waarop we ons moeten richten.”   

De Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals) vormen een lijst met de grootste uitdagingen op het gebied van klimaatverandering en humanitaire ongelijkheid. Overkoepelend streven is ervoor zorgen dat de wereld er in 2030 weer een stuk beter voor staat dan nu. Vanuit een kantoortje in Koopmans – maar tegenwoordig meestal vanuit thuis – strijdt Fleuren, hoogleraar Data Science aan Tilburg University, tegen het wereldwijde probleem dat bijna bovenaan de lijst staat: honger.  

Een laboratorium voor hongerbestrijding, dat klinkt bijna alsof jullie zelf voedselpakketten samenstellen en verzenden. Wat doet het Zero Hunger Lab? 

“Wij passen data science toe op hongerproblematiek. Uit het bedrijfsleven en de commercie weten we dat je een enorme hoeveelheid aan processen beter en efficiënter kunt laten verlopen als je er data science op loslaat. En daarom laten we een variëteit aan methodes los op vraagstukken rond honger en hongerreductie: econometrie, operations research, wiskunde, visualisatietechnieken en machine learning. Daar publiceren we over, maar we willen ook daadwerkelijk wat veranderen in de praktijk.

“Dat doen we door op twee fronten samen te werken met partners uit de praktijk. We helpen het World Food Program (WFP) met het optimaliseren van de noodhulp, dus met het verstrekken van voedsel in crisisgebieden. Dat project was het begin van het Zero Hunger Lab, dat ik heb opgericht met Perry Heijne.

“Het WFP voedt jaarlijks honderd miljoen mensen, maar alsnog gaan er nog eens zeshonderd miljoen mensen iedere avond met honger naar bed. Daarom zijn we ook gaan kijken wat we kunnen doen op de lange termijn. Het mooie is dat je daar dezelfde methodes voor kunt gebruiken.”   

De wetenschappelijke modellen die jullie ontwikkelen worden dus ingezet in een weerbarstige praktijk. Maar die laat zich toch helemaal niet plannen?

“In de hongerhulp zitten inderdaad een heleboel onzekere componenten, tientallen zelfs. Maar wij werken met complexe wiskunde, waarin die onzekerheid wordt meegenomen. Om zo efficiënt mogelijk voedsel uit te delen in een land als Sudan moet je rekening houden met inkoopprijzen en transportprijzen, maar ook met de havens, want veel havens in Afrika doen alles manueel en kunnen niet veel invoer tegelijkertijd verwerken.

“Je hebt ook te maken met seizoenen, sommige wegen zijn zes maanden lang niet toegankelijk. Daar moet je dus al eerder voedsel opslaan. Andere routes zijn gevaarlijk, daar moet in bewaakt konvooi gereden worden. Door al deze componenten samen te voegen, krijg je het – en nu moet ik oppassen dat ik het niet tekort doe – slimme model waar het WFP nu mee werkt.

“Dat heet OPTIMUS, en hij heeft het WFP al zoveel geld bespaard dat twee miljoen mensen een jaar lang gevoed kunnen worden. En stel je voor, dat met werk dat we ook gewoon echt leuk vinden om te doen.”

De zeventien SDG’s van de Verenigde Naties. Beeld: SDG Nederland. 

Het Zero Hunger Lab heeft als onderdeel van het WFP onlangs de Franz Edelman Award gewonnen, een wereldwijde prijs voor beste toepassing van wiskunde, en even daarvoor de Dutch Humanitarian Innovation Award. Hoe verklaar jij jullie succes? 

“De credits voor het ontwikkelen van OPTIMUS gaan naar Koen Peters, hij is een WFP-medewerker die tevens bij ons aan het promoveren is. Maar ik heb als teamlid natuurlijk ook meegewerkt, en ik heb gezien dat er sinds de samenwerking wel wat veranderd is bij het WFP.

“Vergis je niet, het is een enorme organisatie die actief is in alle landen ter wereld. Als het WFP graan inkocht, gebeurde dat soms op zo’n schaal dat de marktprijzen erdoor verstoord werden. Door de optimalisatie is er echt een slag gemaakt.

“Wat ik ook zie als een succes is de toenemende interesse van andere ngo’s. Onlangs hebben we nog een workshop gegeven aan War Child. Niet dat zij nou veel met voedselhulp doen, maar ze vonden het superleuk om te zien welke innovatieve dingen je kunt doen met data science.

“Dat vind ik dan weer mooi: laten zien dat je data science op een goede manier kunt inzetten. Het staat helaas nog weleens in een negatief daglicht, vanwege de associaties met gezichtsherkenning en tracking and tracing.”

Het hele artikel lees je hier!

Meer nieuws