TextielLab: levend lab voor innovatie en vakmanschap

Het TextielLab in Tilburg is in tien jaar tijd uitgegroeid tot een levend lab waar makers experimenteren en innoveren met nieuwe technieken en materialen. Het is dé plek waar  professionele kunstenaars en ontwerpers hun verhaal vertalen naar stof. En bezoekers staan erbij en kijken ernaar. Sterker nog: ze worden deelgenoot gemaakt van het proces. Het lab is daarnaast een spin in het web of beter; een draad in het weefgetouw van vakonderwijs, makers, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Hebe Verstappen, hoofd TextielLab: “Wij verbinden op internationaal niveau opdrachtgevers met technici, makers en machinebouwers en bevorderen innovatie. Dat doen we allemaal vanuit Tilburg.”

Innovatie spotten

Hebe Verstappen is sinds 2013 Hoofd van het TextielLab, dat ontstond vanuit het TextielMuseum. Er werd destijds besloten de textielmachines uit het depot te halen en makers uit te nodigen te komen werken op deze machines. Inmiddels is het een internationaal gerenommeerde ontwikkelplek in het hart van het museum: “We zijn continue bezig met ontwikkeling en innovatie. Iedere dag worden nieuwe materiaaltoepassingen uitgevonden, iedere dag komt er nieuw talent bij. Samen met het team van 25 mensen spotten we constant”, legt Hebe uit. “We hebben mensen die hun blik hebben op technische innovaties, dus gericht op de nieuwste machines, we hebben mensen die spotten op nieuw talent onder ontwerpers en kunstenaars en iemand die nieuwe garens zoekt.”

Aders breien 

Het TextielLab onderscheidt zich door een plek te zijn voor textielontwikkeling, in plaats van alleen een productieplek. Hier houden professionals zich nadrukkelijk bezig met het creëren van bijzondere projecten op maat. Er is veel ruimte voor onderzoek en experiment. De focus ligt op de combinatie van handmatige en computergestuurde technieken: weven, breien, borduren, tuften, passement en lasersnijden. “Met deze technieken zijn we op zoek naar cross-overs, bijvoorbeeld door te kijken naar de medische industrie. Daar worden ook garens gebruikt voor bijvoorbeeld het breien van een ader. En om een dijk om te verzwaren heb je netten nodig, die worden ook gemaakt van klossen garens. Kunnen we die niet verbreien tot een jurk?” Hebe vertelt dat dit soort brainstorms haast automatisch plaatsvinden zodra je het terrein opstapt. Met een open-minded team dat ze zelf bewust om zich heen verzamelt. “Denken buiten kaders is iets waar ik erg in geloof. Dat is natuurlijk ook de creatieve omgeving waarin we zitten en het past bij me. Wij hebben op dit moment een heel goed team. We zijn constant open-minded, hebben bezieling, passie en we steken elkaar daarin aan.”

Staan voor de baas

In het TextielLab vervaagt de grens tussen een werkplaats en een kenniscentrum. Professionals zoeken hier de grenzen van techniek op. De kennis die daarbij wordt opgedaan archiveren ze en maken ze weer beschikbaar, om zo het textiele vakgebied verder te helpen. Vrijwel geen enkel proces is gelijk. Hebe: “Bij ieder nieuw project vormen we een team en werken we naar iets toe met dezelfde passie en de wens om voor het beste te gaan. Wat wij in het lab doen is op heel hoog niveau onderzoek en ontwikkeling terwijl in het bedrijfsleven vaak in hoge volumes wordt geproduceerd. Zij maken meters, wij maken millimeters. En dat is juist de kracht van het TextielLab. Tijd en kennis investeren. En dat maakt het voor makers heel fijn om hier te werken. Dat beamen makers die hier rondlopen ook. Bij een afsluitend gesprek na een opdracht vraag ik hoe ze het hier vonden, want ik geloof heel erg in leren en fouten maken. Een lerend lab zijn. Vaak krijg ik terug dat ze het een warm bad vonden, onderdeel waren van een team.”

Het onderdeel zijn van een team heeft Hebe zelf ervaren toen ze werkzaam was bij diverse familiebedrijven in België. “Ik kom uit het bedrijfsleven, ben geboren in 's-Hertogenbosch en was in mijn jonge jaren al geïnteresseerd in ambachten, mooie dingen maken. Mijn moeder maakte van schapenwol zelf garens en na vier weken lag daar een mooie trui die je niet in de winkel kon kopen. Ik was me er heel erg bewust van dat als je ergens aandacht aan geeft en een vak beheerst, dat daar iets moois uit komt. Iets wat je niet snel weggooit. Toen ben ik naar de academie in Tilburg gegaan, heb ik kunstgeschiedenis gedaan, een eerstegraads docentenopleiding gevolgd, en ben vervolgens naar België verhuisd en in West-Vlaanderen gaan wonen en werken.” Een gebied met veel maakindustrie, legt Hebe uit, waaronder textiel, keramiek en hout. Ze heeft daar samengewerkt met borduurbedrijven, weverijen en breierijen in die regio. Dat zijn veelal familiebedrijven. “Ik heb daar gezien dat een familie elkaar vasthoudt, samenwerkt met bezieling en passie. In ieder bedrijf waar ik werkte, waar de baas binnenkwam, stond men op. Het ontzag voor een baas, dat heb ik omgevormd tot respect voor eenieder. Dat is ook de kracht van het TextielLab; een platte structuur met ruimte voor ieders expertise. Door deze structuur zijn we flexibel en in staat snel te reageren op wat er op dat moment nodig is.”

Werken voor de top

Het TextielLab heeft een belangrijke positie in de moderne textielindustrie van Europa. Ze staan in contact met onder meer andere werkplaatsen, ontwerpers, kunstenaars, machinebouwers, spinners, garenleveranciers, textielbedrijven, opleidingen en softwareleveranciers. Ook staan opleiding, vorming en training hoog in het vaandel. Er wordt veel onderzoek gedaan zodat het uiterste uit elke ontwikkeling in het TextielLab wordt gehaald. “Wij werken voor de top. Iedere dag ben ik ervan bewust dat we gezegend zijn en mogen werken met krenten uit de pap. Ook talentontwikkeling is een  belangrijk speerpunten voor het lab. Talent zit overal, als je goed screent. We werken samen met Brabantse onderwijsinstellingen; de Design Academie Eindhoven, het ROC mode in Tilburg en de opleiding Creatief Vakman in Boxtel. Dat zijn allemaal opleidingsinstituten die zich bezighouden met vakmanschap en vernieuwing. Voor de studenten van deze opleidingen garanderen we jaarlijks een aantal plekken voor stagiaires en afstudeerders.” 

Innovaties uit het verleden 

Hebe verklaart dat het niveau van het Lab zo hoog is omdat ze kunnen profiteren van eerder opgedane kennis. “We staan op de schouders van iets wat al heel lang geleden is geweest, gedaan en uitgevonden. Wij kunnen dit ook doen omdat Tilburg zo groot was in de wolindustrie. Onze archieven zijn erg waardevol. Dat is wel een verschil met het bedrijfsleven. Ik heb het geluk dat ik archieven heb van meer dan 400 jaar oud met innovaties die toen zijn gedaan. Die innovaties zijn weer voeding voor de innovaties van vandaag. En dat is echt van onschatbare waarde. Alles is bij ons heel goed bewaard gebleven. Het TextielLab steekt veel tijd in het archiveren van de kennis die is opgedaan. Aan het einde van het jaar besteden we een week aan het archiveren van wat we dat jaar gedaan hebben. Dat is zo belangrijk, dat je hetgeen je gedaan hebt goed bewaard en beschrijft. En nadenkt over hoe de volgende generatie op die kennis voort kan borduren.”

Zelf sokken maken

Die kennis wordt onder meer gestopt in het verbeteren en verfijnen van de toegepaste weef- en breitechnieken zodat ze daarin kunnen excelleren. Er is straks een Center of Excellence, waarin ze hoogwaardig R&D (Research & Development) aanbieden voor bedrijven, zichzelf en de doorontwikkeling van het vakmanschap. Dat doen ze met zoveel mogelijk met partners, waardoor ze voor makers echt impact hebben. “Ook voor design in het algemeen”, vult Hebe aan. En we zijn een openbare werkplaats dus je kunt als bezoeker ook binnen.” Het TextielLab is een plek die je gewoon kunt bezoeken. Je kunt dus getuige zijn van het maakproces, vaak met behulp van computergestuurde technieken. Volgens Hebe is het een uitdaging om hoogwaardige R&D op een goede manier te laten zien aan de bezoeker. Daarom is er sinds kort de Design Studio, een nieuwe activiteit midden in de werkplaats. Je kunt zelf je sokken of sjaal ontwerpen en daarna ook gemaakt zien worden. “Je boekt een timeslot, je gaat aan de slag met een designapplicatie, je kiest je kleuren, je kiest je structuur, je kiest je materiaal en na een uur loop je naar buiten met zelf ontworpen sokken. Het kost 20 euro maar ik geloof dat als je de volgende keer naar Primark gaat en sokken ziet voor 2 euro, je jezelf afvraagt hoe dat kan worden gemaakt voor die prijs. Omdat je nu zelf het proces hebt ervaren en weet wat voor werk erin zit. Ook het feit dat je on demand iets kunt maken, dat ze uniek zijn, draagt bij aan meer duurzame omgang met textiel; dan gooi je ze toch minder snel weg. Als er dan een gaatje in komt, ga je ze waarschijnlijk nog stoppen ook. Ik voel dat heel erg als opdracht, die maatschappelijke functie, dat moeten we ook laten zien.”

De volgende wens is een ‘Junior Lab’ waar bezoekers met hun gezin of vrienden zelf iets kunnen maken. Waarbij je onderdeel bent van dat dynamische maakproces en bij wijze van spreken naast Jan Taminiau (Nederlandse modeontwerper, red.) tussen de machines werkt aan je eigen productie en even voelt hoe het is om een maker te zijn. “Dat is voor de bezoekers het maakavontuur zelf meemaken maar ook het ontmoeten van de maker. Nu herken je de designers die in het TextielLab werken niet altijd. Wat ik wil doen als volgende stap is de ontmoeting met de maker meer regisseren. Want die hebben allemaal zo’n bijzonder verhaal. Dan zijn we nog meer dat platform waar makers en publiek elkaar ontmoeten.”

Platform

Voor de doorontwikkeling van deze platformfunctie ontvangen het TextielMuseum en het TextielLab onder andere subsidie van het Rijk. Vanaf 1 januari 2021 is het TextielLab onderdeel is van de culturele basisinfrastructuur van het Rijk – de BIS , een structurele subsidievoor vier jaar. Hiermee kan het Lab grotere investeringen doen en inzetten op de ambitie om zowel de ideale werkplaats voor makers te zijn als ook hét platform voor textiel te zijnvoor de museumbezoeker. Hebe vult aan: “Mensen die bij ons komen werken betalen  voor de tijd dat ze komen werken. Een groot deel wordt betaald door gemeente Tilburg, het Rijk en de Provincie. Maar een deel wordt ook betaald door de opdrachtgever en de maker zelf. Een verdeling van 60/40, dus 60% betaald de maker en 40% steken wij erin omdat wij de opdracht hebben om het textiele ambacht levend te houden en door te ontwikkelen.” Opdrachtgevers komen uit binnen- en buitenland. De meest recente opdracht is lokaal, van Tilburg University, waarbij is samengewerkt met Tilburgse maker Sigrid Calon. Maar er ligt ook een opdracht uit Qatar. De grootste opdracht betrof de gordijnen voor de LocHal in Tilburg, ook lokaal dus. 

Krachten bundelen

Nergens anders bevind je je zo dicht op het snijvlak van kunst en creatie. Dit maakt je bezoek aan het museum waar mogelijk nog uitzonderlijker. Hoe breng je dat naar buiten? Hebe vertelt: “We werken heel hard met elkaar om bekendheid te genereren voor wat we doen bij een groter publiek en we merken nu dat we aan het oogsten zijn. Er was veel aandacht voor de gordijnen in de veelgeprezen LocHal; we presenteerde het project o.a. op de Dutch Design Week. Veel van onze projecten vliegen uit over de hele wereld, waar ze ambassadeurs zijn voor wat wij hier doen. Dit zorgde er onder meer voor dat The New York Times schreef over het TextielLab. Naast landelijke en internationale aandacht, willen we ook een plek van betekenis zijn voor Tilburgers en vinden we het belangrijk ook samen te werken met Tilburgse makers. 

Wat wij doen had namelijk nergens anders dan in Tilburg gekund, gezien de historie en het archief aan kennis dat is opgebouwd.” Ze vindt de samenwerking met Wolkat (Tilburgs familiebedrijf in textielrecycling, red.) hierin een goed voorbeeld. Samen met hen wordt gekeken hoe ze bedrijfsprocessen kunnen verbinden om bijvoorbeeld producten van gerecycledtextiel te maken. Daarnaast onderzoeken we momenteel samen met de gemeente Tilburg en partners Wolkat en Midpoint Brabant of we een circulaire textiel hub op het terrein van het TextielMuseum kunnen ontwikkelen. “Ik denk echt dat we de krachten in regio Tilburg moeten bundelen: makers, productiehuizen, keramiek, textiel. Ik praat met die werkplaatsen hoe we gezamenlijk projecten kunnen doen of de werkplaatsen kunnen openen, zoals tijdens een Museumweekend. Niets is zo leuk als te zien hoe iets wordt gemaakt. Tilburg moet ook niet proberen af te komen van het imago van moderne industriestad maar juist claimen. Wij hebben genoeg ruimte voor creatieve ondernemers die iets willen maken en bezig zijn met duurzaamheid. Het gaat om de materie, de handen in de klei, die trots. Er zijn zoveel jonge mensen die daar goed in zijn. Dat gaat ook nooit weg. In de designwereld wordt het ambacht heel erg op een voetstuk geplaatst, gelijk aan een kunstenaar. En op de een op andere manier is dat binnen de kunst en design een trend, geaccepteerd. En ik denk dat we met de andere industrieën ook die achterkant van producten veel meer moeten laten zien. Dus niet; kijk eens wat een mooie auto, maar eerder; wie heeft die auto gemaakt en hoe.”

Gouden ondernemerstip

Ben je bewust van het verleden; borg de kennis die je nu opdoet en ontsluit deze voor de toekomst. 

Het TextielLab en corona

“Het lab is succesvol daarom was het extra zuur dat corona de boel opbrak. Hoe kun je de ontwerp en ontwikkelprocessen aan de machines online door laten gaan? Dat was de vraag die wij onszelf direct hebben gesteld. Veel van onze makers konden niet uit het buitenland naar Tilburg komen. We hebben direct testen gedaan met GoPro’s en ander soort camera’s en ontdekt dat dat werkt. Een groot deel van ons primaire proces is nu online. Dat is zo mooi aan ons lab en de mensen die er werken: omdat het onze passie is, zoek je gewoon naar andere mogelijkheden en zie je dat het lukt. We hebben zelfs binnen twee weken met een jonge talentvolle ontwerpster mondkapjes op de markt gebracht.”

“Er veranderd zo veel en zo snel door covid. Het vereist snel schakelen en anticiperen op de wijzigingen door het RIVM. Lab open, lab dicht, museum open, museum dicht, mondkapjesplicht, crisis overleggen etc.  Terugkoppelen naar de medewerkers doe ik het liefst persoonlijk, face to face. Ik kijk liever iemand in de ogen en check op die manier hoe iemand reageert. Dat is lastig via een beeldscherm. Ik bekijk daarom nu andere mogelijkheden om mensen aangelijnd te houden; bijvoorbeeld door in de buitenlucht te brainstormen of met iemand te gaan wandelen. Mijn team is de kracht van het lab en het is belangrijk dat mensen in deze tijd voeling houden met elkaar en het werk. Het is een zwaar jaar geweest, des temeer omdat we niet weten hoe lang we nog met de gevolgen van covid zullen moeten leven. Gelukkig hebben we financiële steun ontvangen van de overheid, wat ons wat ademruimte heeft geboden om ons klaar te maken voor het komende jaar. Ik ben blij dat de investering in onze nieuwe, extra brede weefmachine doorgang heeft kunnen vinden. Naast noodzakelijke bezuinigingen is het ook belangrijk om op verstandige manier te investeringen, juist om verder te bouwen aan een duurzame toekomst. Met deze machine kunnen we de wachtlijsten die we hebben opvangen. De nieuwe machine is net geplaatst in het lab en dat geeft een enorme boost aan het team en vertrouwen in de toekomst..”  

Tilburg is jouw proeftuin

  • TextielLab

Meer living labs